06/06/1944 06/06/2010
In de nacht van 5 op 6 juni worden Britse en Amerikaanse parachutisten gedropt om o.a de Pegasus brug te veroveren, kustverdediging uit te schakelen en dan een corridor te verzekeren op de landingsstranden.
Ik vier in de nacht van 5 op 6 juni het huwelijk van twee MGCB-leden, ook mijn nacht is van korte duur, gelukkig in het gezelschap van goede vrienden en friendly fire.
In de vroege ochtend van 6 juni landt de grootste invasiemacht ooit op de met nevel verhulde stranden te Normandië.
Ik probeer in deze vroege ochtend mijn beneveld hoofd te verhelderen met sloten koffie.
Helemaal alleen trek ik naar Saint-Hubert op zoek naar versterking voor het Ardennen-offensief.
Op 18 december neemt het 101 Airborne Division, daar naartoe gebracht met 400 vrachtwagens, zijn positie in, rond Bastogne.
Ik neem plaats op het terras van hotel 2G, rechts van dit hotel een drukbezochte bakker en daarnaast het vroegere hoofdkwartier van de Franse troepen.
Ik bestel een koffie en aanschouw de voorhoede, gebruik makend van de korting die aan de deelnemers van deze rit werd gegeven: Paul met zijn eega op een Breva 1100 en Wouter met een Sport 1200, voorwaar goed gezelschap die een kamer geboekt hebben in dit hotel.
De parachutisten kruipen uit hun schuttersputjes en trachten zich warm te houden, onaangepaste kledij was hun lot, blij dat ze weer een nacht overleefd hadden onder moordend mortier en artillerievuur dat vele slachtoffers maakte, meer door de rondvliegende houtsplinters dan door de granaten zelf.
Mijn versterkingen komen langzaam aan: 2 Griso’s, nog een 1200 Sport, 2x v11, een Stelvio ntx en de klassieke California’s in al hun verschijningen. Met mijn Breva 1200 erbij is de verhouding 50/50 en dat is ooit anders geweest. Tel de vreemde motoren erbij, in oorlog is alles gepermitteerd, en ik heb een 21 motoren sterke patrouille.
Heerlijk weer, al zeker 17°C om 8u30, iedereen is goed geluimd. De roadbooks en Zumo-bestanden gaan vlot van hand. Eigenwijs als Guzzisten zijn vertrekken ze in een vijftal groepjes. Aangekondigde achterblijvers van de dag zijn Patrice en Gilian, geen nood hun Zumo’s hebben de frontlijn meegekregen tijdens een eerder overleg. De twee Jean’s zijn ook te laat maar ze maken gebruik van de achtergelaten roadbooks en onderweg komen ze we nog tegen. Ze, wie zijn dat dan? Men in Black, Ludo en een Breva 1100, een Califachtige en een Harley. Omdat ze hun roadbookkunsten niet erg vertrouwen vragen ze of ze Men in Black mogen volgen, mogen ja, kunnen?
Aan WP ( waypoint ) 6 zijn we ze al een keer kwijt, dit zal de constante worden gedurende deze dag tot ergens deze constante ongewild wordt verbroken en het contact definitief is verbroken.
Aan WP 17 zitten al een aantal verkenners op een terras, het zal de laatste keer zijn dat ik ze zie die dag.
Aan WP 24 wordt er getankt, FUBAR mijn portefeuille kwijt, Ludo leent met wat geld en na 10 minuten ook mijn portefeuille, hij heeft me daar even laten zweten en dat bij een temperatuur van goed 32 °C volgens de boordcomputer. Ik had mijn portefeuille laten liggen aan het hotel, bedankt Ludo voor je alertheid.
Enfin, iedereen getankt dan kunnen we de rit verder afrijden, eten dat doe je thuis maar.
Ergens tussen WP 34 en 35 beginnen er toch druppels te vallen, niet erg maar het wordt alsmaar erger, gelukkig komen we een baanfrituur tegen en die hebben we dan even belegerd. Om de beurt wat bestellen, de habitué’s voorrang geven en zo kunnen we langer genieten van bescherming tegen deze luchtaanval en onze beschermende kledij aantrekken. Ondertussen passeren er toch wel enkele deelnemers die gewoon doorrijden, die hebben voor de rit hun voorzorgen genomen en rijden tussens de druppels heen zo lijkt het toch.
Dikke Fubar deze luchtaanval, het hemelwater stroomt met beken langs de weg daar is geen doorkomen aan. Oef een regenpauze, komaan, ons offensief rijdt verder, helaas een schijnbeweging en even later gaan de hemelsluizen weer open, ik zoek naar een binnendoor en raak zo onze volgers kwijt, terugkeren, zoeken, het heeft geen gevolg, ze zijn van de aardbol weggespoeld zo lijkt het toch en Ludo en ik rijden duo verder.
Net nu ik in dit stuk van de rit de originele wegen heb geplaatst die ze in ’44 ook hebben gevolgd met hun vrachtwagens om de troepen ter plaatse te krijgen. Ach gewoon doorrijden en kijk even later klaart het op en stijgt de temperatuur weer van 15°C (jaja vijftien) tot goed 21°C en we beleven weer immens plezier en halen zelfs enkele verkenners in.
Ergens tussen WP 58 en 59 komen we het monument tegen ter nagedachtenis van de 101 Airborne Division en houden we even een moment van stilte.
We vervolgen onze weg en via sluipwegen komen we Bastogne “binnen” en begroeten daar de laatste tank van de dag. Het krioelt er van de mensen en we vervolgen onze weg naar Saint-Hubert en worden nog eens getrakteerd op een waterluchtaanval. Dit zal niet de laatste zijn die dag maar oh wat heb ik weer een deugd gehad van deze rit.
Wie dit Ardennen-offensief overleefd heeft weet ik momenteel niet. Ludo zeker, ook al is hij met een gebroken rempedaal vertrokken en dat is weer een anekdote apart. Ook teruggezien de twee Jean’s, Patrice met eega en Gillian, Paul en zijn eega en natuurlijk de globetrotter van onze club, René vergezeld door Ivo en Jan. Wat is er met de rest gebeurd?

Ik zou het niet weten, zijn ze verloren gereden, zijn ze verrast door de luchtaanval voorspeld door Frank en echt wel hevig daar in de Ardennen, hebben ze onderweg afgehaakt en/of was het roadbook onduidelijk, heeft de digitale kaart het laten afweten? Hebben ze zich te lang verscholen voor de regen of hebben ze te lang genoten van de zon toen deze goed haar best deed? De geschiedenis zal het ons leren.