Auteur Topic: Toerrit Wevelgem 19 NOV 2017  (gelezen 752 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Patrick Pevenage

  • Berichten: 6
  • Karma: 0
Toerrit Wevelgem 19 NOV 2017
« Reactie #1 Gepost op: dinsdag 21 november 2017 - 11:28:23 »
Bij mijn weten is dit de laatste toerrit van dit jaar. t’ Sjamps Wintertreffen 2017 in Wevelgem.

De start van de toerrit ligt tussen 9 en 13u, en ik ben er om 12u. Niets om mij in op te jagen.
Vandaag geen ‘winterrit’ in het verschiet. 7°C, af en toe zonnig, lichtjes kil, weinig wind en 125 km rondrijplezier in het vooruitzicht.

Ik zie een tiental motorfietsen aan de start, of eerder gezegd aankomst. Iedereen aan de start heeft reeds de rit achter de rug of komt net binnen.
De Tomtom gaat mee naar de inschrijvingstafel en wordt door de president van de club ingeladen.
Ik schrijf mij ondertussen in en haal daarna mijn gps-toestel op. De president is heel tevreden met het aantal deelnemers. Ongeveer 400 reeds. Hij moest zelfs inschrijvingsformulieren bijmaken. De twee voorgaande jaren was het barslecht weer met amper 50 inschrijvingen per keer. Had het dit jaar idem dito geweest, dan was het gedaan met de winterrit.

Het parcours ziet eruit zoals een platgedrukte ballon, in uurwerkwijzerszin te verrijden tot in Dranouter, meestal langs of in de buurt van de Franse grens. Daarna terug via Poperinge, Ieper en Gullegem.

Naar buiten en klaarmaken. Ik word begroet door een Breviarijder uit Brugge die net aankomt.

Go Guzzi. Geluwe, Geluveld, en daarna Wijtschate. Vanaf hier begint het smalle bochtenwerk op meestal opdrogende wegen met hier en daar, in de schaduw, modderige stukken waar men beducht moet voor zijn.

Even langskomen in Komen, zoniet Comines. Dit stukje België werd ooit door de regering aan de Walen gegeven in ruil voor Voeren dat naar de Vlamingen ging.
Hier zie je in de ene straat een herberg met Franstalige opschriften, om vervolgens na het volgend kruispunt weerom Nederlands te zien. Nochtans zijn hier nooit, maar dan ook nooit taalproblemen geweest.
Waarschijnlijk komt dat door het oorlogsverleden en de miserie die de mensen in deze streek gekend hebben, waardoor ze wederzijds respect weten te waarderen. Je rijdt hier bovendien door een feeëriek landschap doorspekt met monumenten en soldatenkerkhoven die niemand onberoerd laat en die mij keer op keer aan het denken zet. Wàt kunnen mensen mekaar aandoen!

In Dranouter hebben wij pas 40 km en is de eerste stop. Geen kat in het dorp te zien maar aan de kerk staan een zestal motorfietsen. Ik de herberg binnen voor een koffie die ik meeneem naar buiten. De motorfietsen behoren toe aan de Harelbeekse motorclub. Zij vertrekken en ik blijf eenzaam achter. Of toch niet want daar komt zowaar een knalgele CanAm de hoek omgedraaid.
De rijder gaat even verderop parkeren (wegens de breedte zegt hij) en hij heeft zijn kleinzoon Kobe mee. Kobe is piepjong, komt in lengte amper 3 cm boven mijn knie uit, en lijkt mij op weg een rasechte motard te worden. Beiden zijn woonachtig in Poperinge en nemen ook deel.

De volgende stop is 67 km verderop, in Gullegem. Deze kilometers verlopen langs de Kemmelberg (in de verte), de Rodeberg en Zwarteberg. In de zomer kan het hier druk zijn, maar nu zie ik af en toe enkel jagers die, hoe kan het ook anders, aan het jagen zijn.
We rijden rond Poperinge en Ieper via de gebruikelijke, lekker swingende binnenwegen, al dan niet smal tot zeer smal.
Ik passeer het Tyne Cot Cemetary. Hier staan het jaar door bussen met Engelse nummerplaat waarvan de bezoekers eer brengen aan hun gesneuvelde voorvader.

De rest van de rit rond Roeselare is zoals ik het gewend ben. Rustig aan, niet te traag, weinig ophef maken in de dorpen (en eigenlijk ook niet daarbuiten).
De stop in Gullegem laat wel méér volk zien. Hier staan ruim 40 motoren geparkeerd aan herberg Ponderosa. Ik parkeer mij aan de controleplaats, maar er staat teveel volk in ’t café en dus blijf ik buiten voor een sigaret.
De rijder van een Indian, en zijn vrouw, komen tot bij mij. Beiden hebben altijd Guzzi gereden, maar nu was het tijd voor iets anders. Ze zagen mij er tevreden uit, en zo hoort het.

Aan de aankomst is het bijna tijd voor de uitreiking van de bekers, maar dat laat ik links liggen. Ik rijd hoofdzakelijk alleen, ben nergens bij aangesloten, en daardoor heb ik mijn vrijheid. Ik vind dat dit niet asociaal is. Wanneer je solo onderweg bent, maak je meestal de beste contacten met andere rijders (die ook solo rijden). Staan ze in groep te babbelen, dan lukt dat meestal niet want je wil er niet altijd tussenin springen om hen te storen.

Ik rijd naar huis en denk aan het feit dat het morgen gaat regenen. Dat zal de president van de club worst wezen, en ik ook. Wij hebben het gehad en dat kunnen ze ons niet afnemen.