Gepubliceerd op Thu 03-07-2003
“Ik heb vóór vandaag nog nooit op roadbook gereden.” “WATTE??!!” Ja zeg, potverdorie!!! En dat zegt hij me nu pas!
Yep! I did it!!! Ik reed ze helemaal uit, de hele 1000 kilometer, elke meter ervan!
’ t Waren er zelfs heel wat meer. De eerste dag gaf mijn teller 528 ritkilometers aan, en de tweede zelfs 537. En dan heb ik er de kilometers van thuis naar Olen en van Furfooz terug naar huis nog niet bij gerekend.
Héwel hé, ik ben content! Ik ben ontzettend geweldig enorm fantastisch content.
Maar laat ik het verhaal van bij ’t begin vertellen. Want geloof me, dit was een treffen om elke heerlijke seconde ervan voor altijd te onthouden.
Vrijdag 30 mei 2003
Zenuwen! Een overvloed aan zenuwen! ’t Is zover. De ultieme uitdaging van ’t jaar. Althans, voor mij dan toch. Ik voel me als een eersteklassertje dat voor ’t allereerst op schoolreis vertrekt.
Gisteren belde Marc nog: “Ja, Ellen, Chris rijdt de eerste 500 kilometer niet mee. Ze mikt op veilig en rijdt enkel het tweede deel van de rit mee…” Ai ai ai, als Chris al twijfelt, hoe moet ík het dan om godswil klaarspelen??? Even overweeg ik om naar Sandra en Huub te bellen en te zeggen ‘jongens, ga maar, dit is voor mij nog niet weggelegd’, maar nu ben ik al zover met mijn beslissing om het toch minstens te proberen, dat ik het niet meer kan opbrengen om op mijn stappen terug te keren. Rijden zal ik, zo lang ik kan en zo ver ik kan!
De start is in Olen. Rap nog even Il Giornale boven halen om na te gaan wààr in Olen. Potverdorie! Er staat alleen ‘centrum van Olen’. Oelala, wààààr in ’t centrum van Olen??? En wààr ligt om godswil Olen??? Believe me, geografische desoriëntatie is een afschuwelijke handicap.
Kaart erbij gehaald. Hm. Moét lukken. ‘k Ben weg. Als ik even na achten bij het marktplein van Olen aankom, staan er al een tiental Guzzisten vertrekkensklaar. Gauw worden nog enkele tenten van de moto’s overgeladen in Robs auto. Die moeten we dan toch al niet meezeulen tijdens de lange tocht. Bedankt, Rob.
Dirk is zijn tent gisteravond al gaan opzetten in Furfooz. “Marc en Chris waren er al”, vertelt hij. “Deze keer zijn zij het die hun hele huisraad bijhebben, nog straffer dan Jacky en Yvette in Ouren!”.
Smilend deelt Yvan de roadbooks uit. Waw zeg! Wat een dikke kanjers! Amper heb ik het eerste blad bekeken of ik schiet prompt in een lach: “Verplichtingen: De 1ste dag moet je 1 Luxemburgs benzinebonnetje hebben. De 2de dag moet je zeezand (handvol) + 1 schelpje meenemen!” Dat van dat 1 (één!) schelpje vind ik echt de max! Hahaha, neem je daar toch ineens een halve emmer van die dingen mee zeker!!
“ Kom, Huub, zijn we weg?”. ’t Is amper 08.20 uur, maar ik wil al zo vroeg mogelijk op de dag zoveel mogelijk kilometers achter de rug hebben tegen dat de vermoeidheid begint toe te slaan. “Ja, goed. Sam en Sandra halen ons onderweg wel in. Mensenlief, ik voel me als ne kleine die voor het eerst met de scouts op kamp mag.”
(Ha! Ik ben niet alleen met dit soort gedachten. Huub, ik heb het je toen niet gezegd, maar dat laatste zinnetje van jou had een bijzonder aangenaam motiverend effect!)
Ik heb er vertrouwen in, ik zal niet verloren rijden, Huub is gewoon om op roadbook te rijden. We vertrekken, richting Kasterlee, Postel, Balen. ’t Is ondertussen al flink snikheet geworden.
In Lommel komen na een dikke 40 kilometer de eerste kinken al in de kabel. Wegomleggingen! En niet zo’n klein beetje. Weg kwijt. Natuurlijk. Stoppen, gaan vragen, terugrijden, weer gaan vragen, ha ’t is naar daar, oei ’t is toch niet naar daar… Ja zeg!!!
Ineens komen de die-hards van de club uit compleet de andere richting gestoven dan vanwaar wij gekomen zijn, en stuiven boenk een richting uit die wij zo niet direct aan het overwegen waren. Komaan, Huub, volg mij, IK weet de weg! Maar potverdorie, waar blijven Sam en Sandra nu toch? Die hadden ons ook allang moeten inhalen. En alsjeblief, Huub, let op je pinkers, die dingen staan de hele tijd aan.
Ha, we zitten goed. Bree, Genk – joepi, het eerste van de vijf bladzijden roadbook zit er al op! Wat een makkie! – Bilzen, Riemst… Héla! Effe stoppen! Sigaret! Dorst!!… De Maas over, de Voerstreek door, hop richting Verviers. De abdij van Valdieu is een uitstekende pauzeplaats, geeft het roadbook aan. Gelijk heb je, Yvan, ’t is hier mooi, maar ik heb nog geen zin om te stoppen – enkel heel eventjes om het volgende blad van ‘t roadbook om te draaien - het rijden gaat veel te lekker.
Er komt een heel kort stukje snelweg nu, waar het groepje van René ons inhaalt. Enthousiast gezwaai van herkenning. We blijven hen volgen tot de afrit “Spa, Jalhay”, waarna we weer afhaken om te gaan tanken en te genieten van een rookstokje. Allez zeg, waar blijven Sam en Sandra nu toch??
Eupen, - Huub, verdomme, laat toch niet steeds je pinkers aanstaan! -Stavelot, St-Vith… bijna in Luxemburg.
Na een dikke 200 kilometer stoppen we om ergens iets te gaan eten, ons nog steeds afvragend wat er met Sam en Sandra gebeurd is. Die zullen toch niet afgehaakt hebben zeker? Berichtje sturen… Tiens, raar, na een half uur nog steeds geen antwoord.
Maar wat we niet weten is dat, terwijl we daar op ons gemakje zitten te smullen, Sam en Sandra ons precies op dat moment voorbijrijden, onze moto’s te laat zien staan en er al te ver voorbij waren om nog te kunnen halt houden en de wat achterin liggende parking op te rijden.
Luxemburg, Troisvierges, - je pinkers, Huub ! - Hachiville… Héééé! Stoppen stoppen stoppen! Dit is het laatste benzinestation in Luxemburg. Tanken! Ticketje bijhouden voor de Rob!!!
Amai ’t is warm. Weeral dorst. Drinken. Net als bij een vorig treffen, bekoort het bochtenwerk rond Houffalize mij weer uitermate. Wat een zalige streek is dit toch!
Ergens in de buurt van Libramont gaan we uitgebreid een terrasje doen. Ik voel me uitstekend en we zijn de 300 kilometer al voorbij. Voor het eerst vandaag begin ik er hoop op te krijgen: ikke hé, ik ga dat ding hier ferm uitrijden!…denk ik, hoop ik… nee, weet ik!
Virton, Orval… Oeps! Guzzi’s daar bij dat terras. Stoppennnnn! Te laat, we zijn er voorbij! Dju, en net dààr stond den Yvan toch met zijn controlestempel zeker!!! Enfin, geen probleem, meerdere clubgenoten hebben ons zien rijden of staan onderweg, Yvan geeft ons die stempel straks wel.
Florenville, Bouillon… Nog maar 104 kilometer te gaan en we zijn er. En nog een zee van tijd. Wat een luxe! Hier doen we dus héééél uitgebreid een terrasje aan. Heerlijk genieten van enkele koude drankjes als remedie tegen de hete zon. Tof tof tof. De rit kan niet meer stuk, ik voel me nog steeds kiplekker en verbazend fris.
En daar zo op dat zonnig terrasje, krijg ik van Huub plots een onthutsende mededeling te horen. “Zeg, Ellen, ik moet je eigenlijk iets bekennen…” (Oei!)… “Maar ik durf het eigenlijk niet goed zeggen…” (oei oei oei…) “Misschien moet ik er beter nog even mee wachten…” (Oeoei oeoei…) “Misschien ga je wel boos zijn…” (pot-ver-doooo-rie) “Ik weet niet goed hoe je zal reageren…” (ai toch, ’t is nie waar hé!?)
“ Ja allez, ’t is al goe, zeg het nu maar!” … … “Ik heb vóór vandaag nog nooit op roadbook gereden.” “WATTE??!!” Ja zeg, potverdorie!!! En dat zegt hij me nu pas!
Enfin, we zijn nu al zover geraakt, de rest zal nu ook nog wel lukken. Een chance echter dat ik dit niet op voorhand wist. We kruipen weer op onze machines – pinkers niet vergeten af te zetten hé, Huubke -en rijden verder, een stukje Frankrijk door, en dan richting Dinant. De laatste 40 kilometer worden we bedolven onder een onweer van jewelste, compleet met oorverdovende donderslagen en fameuze bliksemschichten. Voortrijden zenne, niet meer stoppen nu, ik wil er zijn, ik heb honger en dorst, ik wil uit die motokleren, ik wil de rest van de bende zien, ik wil een sigaret!!! We zien quasi geen steek meer, raken helemaal doorweekt, het wegdek ligt er erbarmelijk bij, maar we rijden verder. En dan, eindelijk, Furfooz, camping Paradiso. En net als we aankomen komt er zelfs opnieuw een waterzonnetje piepen.
We rijden het campingweggetje in. De laatste meters schuiven langzaam onder onze wielen voorbij. Daar, Guzzi’s! Bekende Guzzi’s!!! Heeeeyy!!!!! Daar zie ik Rob en Wim en Yvan en, joepi, Jacky en Yvette en Gertrude!!! En zoveel andere fantastische Guzzimensen! Yes yes yes. Ik ben er! Ik ben er echt geraakt!!! En ik voel me wonderbaarlijk goed! De eerste minuten kent mijn euforie geen grenzen. Hey Marc en Chris, ik ben er hé, ik ben er echt!
En dan schiet ik weer luid in een lach. Djezes! Rechts van mij! Heel steil wegje omhoog: kiezel, putten, dikke stenen, zand… en daar bovenaan… tenten en Guzzi’s! Hahaha, neen hé, dat kunnen jullie niet menen! Vergeet het dat ik dààr nu nog op ga rijden! Prompt sla ik mijn pikkel uit en laat mijn Guzke staan waar hij staat. Dat bergske, we zien nog wel wat we daar mee doen. Eerst een vreugdedansje maken, wat knuffelkes uitdelen en overgelukkig een kroesje wijn aannemen.
‘ k Ben de allerlaatste die is aangekomen en krijg dus heel wat grappige plagerijen te aanhoren, maar ‘k heb het gehaald en ik heb een sublieme dag beleefd, een prachtig parcours gereden, schitterende terrasjes gedaan en meer dan eens hartelijk moeten lachen onderweg. Wat wil een mens nog meer?!
“ Hey, Ellen, zoudt g’uw tent niet eerst opzetten? Straks kunt ge geen pap meer zeggen en is’t donker!” “Ja, vooruit, Ellen, zet uw tent op! De allerlaatste tent, dat komen we filmen!” Hahaha, shut up, guys, eerst mijn wijntje!
Hey! Sandra! Waar kom jij nu ineens vandaan?! Nog geen vijf minuten voor ons aangekomen, blijkt, en doodmoe. Maar ook Sandra heeft het met succes gehaald.
Potverdorie, waar blijft Oostende toch? Die 80 kilometer die Sandra zo vlotjes berekende zijn allang voorbij. Zowel mijn arm als mijn been beginnen me weer parten te spelen.
Verkwikt door de stemming, stap ik weer mijn Guzke op en rijd, volgens Yvan en Dirk met veel te veel gas, het fameuze bergske op, tot aan het punt waar Marc en Jacky nog een plekje voor mijn tentje hebben vrijgehouden. “Amai zeg, dat jij hier nu na zo’n rit nog met zoveel energie dat bergske kunt opvliegen!” (Dus toch niet teveel gas?) Nog nooit heeft mijn tentje zo vlug recht gestaan. Marc, Huub, Jacky, Ivo en Herman beginnen me spontaan te helpen. Bedank, jongens, jullie zijn geweldige schatten! Beneden ruikt de BBQ al heerlijk. Ha, daar zijn René, Josse en de Werner! Waw, Werner is werkelijk te bewonderen dat hij ook deze prestatie weer prachtig heeft klaargespeeld. “’k Ben moe”, zegt hij, “rijden rijden rijden en veel te weinig gestopt”. Maar je bent er, Werner; schitterend gewoon!
Prachtige avond, heerlijke maaltijd, nagenieten aan de oever van de Lesse.
Maar allemaal kruipen we vrij vroeg onze tent in. Morgen staat ons immers weer zo’n kanjer van een rit te wachten.
Zaterdag 31 mei
Wakker om 6 uur. Wakkersuperplus om 7 uur: ’t was wassen met ijskoud water want de kantine was nog niet open om een jeton voor een warme douche te kopen.
De camping baadt in een wolk van witte donker. Zoveel mist! Als ik van het sanitair complex terugkom, kookt bij Marc en Jacky reeds water om koffie te zetten. Heerlijk, jongens, dank je wel.
Gertrude is bezig met aan al wie het horen wil te vertellen hoe slecht ze wel geslapen heeft en waarom. Meesterlijk verhaal! Zou je in ’t boekske moeten zetten, Gertrude! En dan dat formidabele dialect van haar! Subliem gewoon! Een deugd om naar te luisteren.
Ondertussen is iedereen wakker en bezig om zich klaar te maken voor de rit van vandaag. Ver! Langs binnendoor helemaal naar Oostende en langs een ander binnendoor helemaal terug. Als dat maar goed afloopt.
De die-hards vertrekken als eersten. Ai, Dirk zijne Gust wil niet starten. En ’t is precies serieus want er komt maar geen schot in.
Chris, Marc, Sandra, Sam, Huub en ik zijn ook klaar. Ai ai ai, nu dat rottige bergske weer af. ‘k Hou mijn hart vast terwijl ik steil naar beneden rijd, zie da’k niet op tijd kan stoppen en regelrecht de Lesse in pandoer. Maar het lukt prachtig. Oef.
Om elk zoveel mogelijk op ons eigen tempo te kunnen rijden, rijden we in groepjes per twee. We zien mekaar wel terug op de diverse terrasjes onderweg. ’t Zal nodig zijn, want ondertussen heeft de mist plaats gemaakt voor alweer een hete zon.
De rit vertrekt richting Mesnil, Hastière, dan de Maas over naar Philippeville, Beaumont, - Ai ai ia, Huub, je pinkers!!! - Mons, Anderlues… Lap! Verkeerd gereden! We moesten een stukje de E19 naar Brussel uit, maar dat zou wel niet kloppen, vond Huub, en begon zijn eigen denkbeeldig roadbook. Nee, zo komen we er niet. Terug! Ja, okee, naar het hellend vlak van Ronquières nu. Jawadde! Wat is me dat hier?! Steil! Bochten! Oerslecht wegdek!!! Jawadde! Maar wel mooi en plezant. (Ik beken: ik ben verdomd blij dat we dit moeilijke stukje achter de rug hebben). Verder naar Braine-le-Compte.
O shit ! Na 120 kilometer is mijn pijp plots uit. Zoals zo vaak steekt mijn chronische aandoening weer onverwacht de kop op. Mijn arm en been geven compleet forfait. Merde! Toch niet nu!! Niets aan te doen, stoppen.
“ We keren terug!”, zegt Huub resoluut, “zo kan jij niet rijden!”. “Wacht maar even. Sigaret roken, pijnstiller nemen, enkele slokjes Nalu, wat rondwandelen… het trekt wel weer weg…” Yvan rijdt ons voorbij, vraagt zich waarschijnlijk af waarom we zo snel al stoppen. Een klein half uurtje later kan ik er echter alweer tegen en besluit ik dat ik verder wil. Het komt wel in orde.
We zetten de weg voort langs Soignies, Ghislenghien, Lessines, Ronse, Flobeque… dju, met zo een arm zijn die bochten toch niet alles… Ergens onderweg zit vanop een terrasje Ivo’s groepje druk te zwaaien naar ons. Effe wachten, gasten, tot ik wat verder dat rond punt hier opgedraaid ben, en dan zwaai ik uitgebreid terug.
‘ k Ben blij als we in Kluisbergen aankomen waar Marc, Chris, Sam en Sandra al vanop een ander terrasje zitten te zwaaien en ik een nieuwe pijnstiller kan nemen. We breefen de belevenissen van onderweg, kletsen wat over koetjes en kalfjes, eten het zakje zure beertjes van Chris half leeg en spreken af op welk terrasje we mekaar in Oostende weer zullen ontmoeten. ’t Is maar 80 kilometer tot Oostende, rekent Sandra uit.
Toch even ernstig overwegen nu wat ik zal doen. Ik voel me na 170 kilometer nog verre van moe, maar die pijn… We laten de vier anderen verder rijden, wachten nog even af. De pijnstiller werkt, de pijn trekt weg, hopelijk voor de rest van de dag. “Okee, we kunnen weer!” “Zeker?” “Ja! En niet schrikken als ik een beetje eigenaardig op mijne moto zit, dat is alleen maar om een comfortabele houding te zoeken. Als ik voel dat het niet gaat, stop ik wel, ik neem geen risico’s. Als mijn arm het begeeft, stop ik, als mijn been het begeeft, hang ik het gewoon opzij van mijne moto. Raar zicht, maar je went er wel aan, ik heb er zelf ook moeten aan wennen, niets om je zorgen over te maken.”
Op via Vichte, Roeselare, - pinkers, Huub! - Staden en Diksmuide naar Nieuwpoort. Onderweg stevig zwaaien naar onze die-hards die net een terrasje verlaten. ’t Is blijkbaar toch in orde gekomen met de Gust van Dirk, want hij is er alweer bij.
In Stuivekenskerke rijden we weer verkeerd. Terwijl wij stevig gas geven om een grote brug op te rijden, zien we beneden vier Guzzisten onder de brug doorrijden. Terug? Nee, we rijden nog even door en zullen wat verder na de brug wel op het juiste wegje terechtkomen. Denken we. Ja, vergeet het. De weg die wij volgen draait compleet de andere richting uit. Hop, toch terug dan maar. Weeral zoveel kilometer teveel gereden. Jakkes.
Vanuit Stuivekenskerke volgen we de Dodengang langs de IJzer. Even geweldig schrikken daar: smal wegje met behoorlijk wat bochten, zwermen fietsers voor ons die we niet kunnen voorbijsteken omdat we niet achter de bochten kunnen kijken, en dan, den Arie die het zich toch riskeert en razendsnel voorbij zoeft. Oei oei! Een auto!!! Oooo! Dat scheelde geen haar! De auto hangt half in de kant, de chauffeur kijkt tegelijk kwaad en zeer geschrokken, maar Arie maakt een gebaar alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Tja. Gewoon verder rijden zeker.
Van Nieuwpoort moeten we via Middelkerke naar Oostende. ’t Is niet waar hé! Alweer wegomlegging. Huub riskeert het niet om erdoor te rijden, want zie dat we er niet door kunnen en weer een heel stuk terug moeten.
Potverdorie, waar blijft Oostende toch? Die 80 kilometer die Sandra zo vlotjes berekende zijn allang voorbij. Zowel mijn arm als mijn been beginnen me weer parten te spelen. Ik vertraag meer dan me lief is. Ik moet dringend even stoppen. Traagjes rijd ik naar de kant. Oela, mijn moto begint onder me uit te schuiven. Rap, stoppen.
Ai. Op tijd gestopt, maar mijn Guske hangt scheef onder mij. Ik heb al mijn krachten nodig om hem niet verder over zijn punt te laten zakken. Als hij nog even verder zakt, is hij niet meer te houden en zal hij onherroepelijk op de grond kwakken. Dju toch, en natuurlijk is net nu nergens nog een motard te bespeuren. Ik denk aan Sandra. Die had op weg naar Ouren net hetzelfde voor. Hoe heeft ze dat toch klaargespeeld om hare Nevada net niet verder over zijn punt te laten zakken? Maar als ik doe zoals zij, dan zit ik straks ook met zo’n verwrongen been. Dju dju dju. Komaan, even alle kracht gebruiken die ik in mij heb en hem rechttrekken. Het moet het moet het moet. Het zweet loopt langs me af, maar ik krijg Guzke weer recht, hij is niet gevallen.
Daar sta ik dan. Uitgeput en moederziel alleen. Daar is een benzinepomp. Terwijl ik wacht tot Huub merkt dat ik niet meer volg, kan ik net zo goed even gaan tanken.
Amper heb ik echter de slang in mijn handen of Huub is terug, vreselijk ongerust zo te zien. Stoppen man, een hele poos stoppen en wat bekomen. En hopen dat de anderen ginder in Oostende wat geduld hebben.
Twee sigaretten later zijn we echter alweer op weg. Nog elf verschrikkelijke kilometers naar Oostende, die ik kilometer voor kilometer aftel. Oef, we zijn er!
En nu? Waar ligt dat café “Klein Strand” hier nu? Zoeken, afstappen, de weg vragen, weer opstappen, verder rijden, weer afstappen, weer de weg vragen, weer verder rijden… net als we beginnen opgeven dat we de anderen nog zullen vinden, zie ik de moto’s van Chris en Marc staan. Grote opluchting! We zetten er de onze naast en beginnen aan het eind te voet. Sam en Sandra zijn blijkbaar al doorgereden want hun moto’s stonden er niet meer bij.
Als we aan “Klein Strand” komen zijn Marc en Chris nergens te zien. Allez, hoe kan dat nu. Terwijl ik blijf staan, gaat Huub nog een eind verder zoeken. En dan opeens staat Marc naast mij. “Hélaba, ik herkende je broek onder dat paneel! Kom, we zitten ginder!” “En Sam en Sandra?” “We zagen ze nog tanken in Nieuwpoort maar toen zijn we ze kwijtgespeeld”.
Hola, dat handvol zand is geen probleem, maar plots begint het me te dagen dat dat “1 (één!) schelpje” niet zomaar een ludieke noot van Yvan was. Er is hier verdorie geen schelp te vinden!
Een frisse pint en nog maar een pijnstiller doen wonderen. Tegen dat Marc en Chris vertrekken, voel ik me stukken beter en vooral: we zijn aan onze ene schelp per persoon geraakt!
Hoewel het al na 16 uur is, wandelen we op ons gemakje terug naar onze moto’s, slaan nog een praatje met een oud koppeltje dat zeer geïnteresseerd is in onze 10 provinciënrit en laten hen een fotootje nemen van ons bij onze gusten.
Oh wat nu?! Huub krijgt zijn machine niet meer aan de praat! Neen toch hé, hier nu toch niet stranden aan het strand van Oostende!
Nee, toch niet. Maar nu wordt het wel even vliegen om alle verloren tijd in te halen. Gelukkig moeten we vanaf hier tot Wetteren via de autosnelweg. Het stuk autosnelweg doet me geweldig deugd! Ik kom er weer helemaal bovenop. “Ja zeg”, klaagt Huub als we stoppen op de laatste parking, “als jij aan die overdreven snelheid blijft verder vlammen, laat ik je in het vervolg rijden hoor, aan dat tempo continu kan ik niet volgen! Als jij geen last hebt van je arm, ben je verdomme niet te houden!”. Pardon, lieve Huub, ik kon het me even niet laten. Maar we zitten wel weer heel goed op schema. We blijven zelfs een tijd kletsen met een vreemde Guzzist die ook de parking op komt rijden en komt polsen waar hij ergens in Limburg met zijn California terecht kan voor onderhoud - lieve Marc uit Genk, ik heb je heel overtuigend aangeprezen – en tegelijk vertelden we hem over het fantastische MGCB.
We zitten zelfs zo goed op schema dat ik me over de rest van de rit (nog slechts een dikke 150 kilometer) geen zorgen meer maak, zelfs niet over Huub zijn pinkers. Ik weet het al: ik zal ook deze dag helemaal uitrijden, zelfs al moeten we via Geraardsbergen en Soignies terug naar Ronquières, waar ze echt wel dringend aan herstelling van het wegdek toe zijn. Maar mijn pijn is weg en alles gaat prima. Ik geniet weer de volle 100 % van de rit. Nijvel, Floreffe, Yvoir, Dinant … Uitgebreid roken ergens in de omgeving van Celles, een bewonderende blik op het kasteeltje van Furfooz… Jaaaaa! We zijn er! Nog geen minuut later gevolgd door Sam en Sandra en nog geen vijf minuten later door Chris en Marc. En alweer krijg ik zelf mijn Guzke nog op dat venijnige bergske!
De andere clubgenoten zijn nergens te zien, die zitten ongetwijfeld al aan tafel. Kom mensen, wij gaan ook eerst eten, ik ben uitgehongerd! Demonstratief schuif ik met mijn zakje zand en kostbare unieke schelpje bij aan tafel. “ Héla, gasten, maar dat was hier toch dik méér dan 500 kilometer zulle!!” Mijn euforie is iets minder spectaculair dan gisteren, maar desondanks ben ik weer overgelukkig met mijn geleverde prestatie, waarvan ik echt nooit gedacht had dat ik het zou kunnen. Alleen, mijn gezicht jeukt zo verschrikkelijk…
Gezellige gemoedelijke maaltijd, opgefleurd door de enthousiaste kopie-uitleg van Rob en vooral door zijn discussie even later met Leen en Sandra over waar zich voor motorrijders de grootste (on)veiligheid situeert, op de autosnelweg of op de binnenbanen. Sandra start zelfs via rondvraag een grootscheepse enquête. Hoe groot die schepen echter ook waren, een compromis wat betreft een algemeen geldend antwoord was rond middernacht nog steeds niet gevonden. “’t Is de schuld van mijne Nevada! Hij schakelt niet!!”, verkondigde Sandra nog, en gooide her en der haar sleutels rond naar potentiële durvers om het eens uit te proberen. Het was uiteindelijk Wim die de volgende morgen het druk besproken Nevadake dat venijnige bergske op reed.
En zeg, Yvette, heb je nu ondertussen al de andere clubgenoten op de hoogte gebracht over wat dat nachtelijke gegiechel in jullie tent nu wel te betekenen had…?
Zondag 1 juni.
Jolijt! Gertrude heeft geslapen als een roos, horen we reeds in alle vroegte.
Op ons duizendste gemakjes staan we op – potverdorie zeg, mijn gezicht jeukt! – drinken voor de tentjes in prima stemming de eerste koffie (Mertci Marc en Jacky), en gaan uitgebreid douchen. MILJAAR !!! Het is opeens duidelijk waarom mijn gezicht zo jeukt: mijn zonnebril is er in gebrand!!! Allemaal korsten en blazen rond mijn ogen. Potverdepotver.
Aan de lange ontbijttafel stel ik ook vast dat ik twee halve maantjes op mijn handen gebrand staan heb, van de opening in mijn zomerhandschoenen. Hahaha, de helft van de bende heeft eveneens van die halve maantjes! Oei, ocharme Dirk, zijn manen zijn zelfs vuurrood. Ai, dat zal nog wel een dagje of twee pikken.
Enkelen vertrekken direct na het ontbijt naar huis, wij daarentegen hangen de zak rosé van Marc en Chris in de frisse Lesse en vangen een wandelingetje aan langs de oever van de rivier. Zalig ontspannend. Precies grote vakantie.
Tegen dat we terugkomen is de rosé heerlijk koud maar staan mijn kaken op springen. O Leen, reddende engel Leen! Heeft als enige zonnemelk bij. Merci, Leen, die verzachtende melk bezorgde me op dat moment de deugd van mijn leven. De schouders van Marc en de neus van Huub voelen er ook meer dan baat bij. Zonnemelk wordt iets dat we op geen enkel treffen nog zullen vergeten.
We blijven tot een flink stuk in de namiddag op de camping hangen, tof, gezellig, heel plezant. En dan huiswaarts, lekker langs binnendoor, met Sandra, Huub – PINKERS, HUUB !!! - , Marc en Chris. De laatste stop alweer in Heverlee, waar we eerst Sam, die deze morgen vroeger wegmoest omwille van professionele verplichtingen, opnieuw gaan oppikken om nog een pint te gaan drinken en samen een hapje te gaan eten.
’ t Zit er weer op, jongens, ’t is weer voorbij. En ’t was weer fantastisch.
Echt waar, Lommel is meer dan subliem, maar wat mij betreft was dit op alle gebied het meest heerlijke en plezante treffen ooit! En als jullie het nog niet zouden gesnapt hebben: TRALALA LALA LALIERE IK HEB FERM DIE HELE 1000km UITGEREDEN !!!
Reageer
Beleefd blijven aub...