21-07-2017
welkom : kijk en lees : leesvoer : brouwerijzoektocht deel ii

Brouwerijzoektocht Deel II

Midden in de nacht sta ik op, tegen 6 uur, en het is al licht.

Gepubliceerd op 12-09-2012

12 mei 2012

 

De naamdag van de heilige Pancraas, 2de van de 4 hijsheiligen (patroons der bierdrinkers), leek me een toepasselijke dag om de zoektocht verder te zetten. Mijn Guzzi-fluisteraar en zijn kroonprins voerden een geslaagde transplantatie uit op het balhoofdlager van mijn muilezel. Het roulement was gesmeerd met woestijnzand en bleek, zonder de hefboom van het stuur, niet meer met de hand te bewegen. Dat ik er nog mee kon rijden, was enkel te danken aan mijn spreekwoordelijke flexibiliteit, die mijn ex-bazen nog altijd aanhalen als lichtend en grensverleggend voorbeeld. Bij de latere Guzzi-modellen is het smeren met woestijnzand afgevoerd, want er zat toch minder olie in dan verwacht.

Midden in de nacht sta ik op, tegen 6 uur, en het is al licht. Mijn oorspronkelijke bedoeling was, een bierkenner mee te nemen als passagier, om in de buurt van het plaats delict, het veroverde gerstenat aan een degustatie te onderwerpen. De “Objectieve Bierproevers van de Essense Regio” vonden dat een goed idee, maar helaas pindakaas, geen kandidaat meldde zich. Die “motormaagd”, in vorig artikel vermeld, had dus ook een krasse grijsaard als ik kunnen zijn, en het spijt me oprecht dat ik enkele verwrongen geesten (minstens één, breek me de bek niet open) moet teleurstellen.

Alleen op pad met de motor is minder gezellig wanneer je stopt, maar het rijdt gewoon lekkerder, en ook: geen helmpje-tik, geen hieltje-trap, de bocht in zonder peptalk vooraf en wiedergutmachung toe, en de plaspauzes zijn eenvoudiger te organiseren.

Binnendoor bol ik richting Herentals over slaperige zaterdagochtendwegen, in gedachten al veel verder on the road, tot ik in mijn spiegels iets opvallend zie verschijnen: een Volvo van de politie. Hij volgt me meer dan 10 km, terwijl ik helemaal geen escorte gevraagd had. Schijnheilig als een Judas respecteer ik de opeenvolgende snelheidszones alsof  ik rijexamen doe, tot ze in een rond punt verdwijnen. De Vintage grinnikt en we zoeken de E313 op.

Autostrades zijn een noodzakelijk kwaad als je even andere lucht wil snuiven, maar ze geven je ook tijd om te bezinnen en jezelf enkele vragen te stellen, zoals: “wie zou die zijn snelheidsboetes betalen?” – “zouden al die gasten in mijn Ardennen gaan fietsen?” – “kan een Mercedescamionnette 200?” – “als de snelheid van een vrachtwagen beperkt is tot 100, en die van een tweede tot 103,5 km/u, hoeveel km duurt dan de inhaalmanoeuvre, als ze allebei 18 meter lang zijn?”

In afwachting van mijn komst zijn alle wegenwerken stil gelegd, en in geen tijd likkebaard ik langs de eerste afrit na Luik. Met de provinciekaart op de tank zoek ik de drie-meter-wegen op. Profijtig rijden is het, want ik gebruik vooral de zijkant van de banden, al liggen de lokale wegen er nogal erbarmelijk bij. De talloze lengte-ribbels worden echter letterlijk verbloemt door de blauwe wolken vergeet-me-nieten in de berm.

folie

Tijdens mijn picknick bij de Fayi de la Folie, een riviertje waar ik me om onverklaarbare redenen geweldig thuis voel, passeert er drie keer dezelfde groep Duitse motorrijders. De derde keer met iets meer kleur op de wangen. Deze groep zadelt mij op met een probleem, dat al jaren sluimerend aanwezig is, maar nu als een rijpe steenpuist om aandacht vraagt. Hoe groet ik een groep motorrijders zonder me een Sinterklaas te voelen, of zoals nu naast de weg, een neo-nazi met de arm omhoog?  Een aflevering van Fawlty Towers schiet me spontaan door het hoofd: Don’t mention the war!

Halfslachtig zwaai ik met mijn broodje kaas, afgewisseld door een “cheers” met de koffie. Hoe idioot. Dit vraagt om nadere studie, en de minister moet ingrijpen, zodat er een reglement komt waarop we kunnen terugvallen.

achouffe

Langs nummerloze wegeltjes glijd ik door de bochten, het balorig gedrag van de Vintage al lang vergeten, richting kabouterbrouwerij (208 km). Grote broer Duvel-Moortgat heeft hier duidelijk aan goede werken gedaan, en op deze frisse morgen zie ik toch twee groepen toeristen in het nagelnieuwe bezoekerscentrum. Ik improviseer me er een route richting Malmédy, waar ik nog een paar bochten weet liggen, om langs de Hoge Venen te kunnen passeren.

De weg en ik volgen de loop van enkele riviertjes, die ik vroeger nog verbouwd heb met de kinderen. Bram Vermeulen verlegde een steen in de rivier, wij verlegden rivieren in steen. Ze hebben er een paar waterkrachtcentrales aan overgehouden. Na de bochtjes van Bevercé komt de hoogvlakte waar ik een beetje aan verknocht ben. De lucht is er anders, de wolken hangen lager, het weer is er extremer en de tijd, die gaat er trager. Een druppel poëzie op een heet motorblok. Gezapig genietend richting Eupen, een prachtige weg tussen vlaktes waar de stenen van geschiedenis spreken.

dieu

Voorbij Eupen is het weer gezellig tuffen door het achterland, ontbrekende wegwijzers moeiteloos parerend met mijn onfeilbaar richtingsgevoel, of is het de roep van de Heer? In de vallei van God sla ik een voorraadje abdijvocht in, en tot mijn verbazing staat de teller al op 323 (km, geen bier). Zo gaat ie goed.

brug

Tussen de goed bevolkte terrassen van Visé door, waar het gezelliger lijkt dan het is en koukleumende toeristen naar de oneindige verkeersstroom staren, kom ik bij de Maas. Nog een klein ommetje, rechtsaf voor het Albertkanaal (ja, ook hier), naar Lanaye. Daar staat/hangt een brug over het Canal Albert met de allures van een kleine Golden Gate Bridge. Spankabels waar je een Lange Wapper aan kwijt kunt, en er komt geen kat. Ongetwijfeld een compensatie-project voor een aantal fietspaden in Vlaanderen, maar wel goed gedaan. Achter de brug ligt mijn laatste hairpin, met kasseitjes, en die voert me naar enkele schitterende panorama’s over de Maasvallei.

Eben-Emael, met het fort waar de Duitsers parachutisten-geschiedenis schreven(*), is onverwacht het einde van de fun. Mijn plan om in Limburg nog een armvol toeristische wegen af te dweilen, verzandt in de uitwassen van het socio-culturele leven. Limburg komt buiten vandaag en ik mag file-filteren op plaatsen waar door de week de koeien op straat lopen. Maar het is niet alleen dat. Boven de Maas zijn de wegen te recht, het groen is te schraal en de ruimte te klein. Soms is een autostrade ook een zegen.

Na het eerste ritje van 200 km protesteerde mijn zitvlees, ze waren met te weinig, en volgde ik de goede raad, vrij uitzonderlijk voor mij, om in de Aldi een “koersbroek-in-de-aanbieding” te kopen. Met 504 km op de klok, kan ik getuigen: dat was geen “boecht van den Aldi”.

Jef De Moor

(*)Het onneembaar fort werd in 15 minuten uitgeschakeld door de Duitsers, met de eerste parachutistenaanval ooit.

Reacties

3 Reactie(s) op dit artikel Reageer:

MEN IN BLACK
Wed 12-09-2012 20:49:00 [ 1 ]

prachtig geschreven, zo zou ik het willen kunnen!

marianne
Sun 16-09-2012 17:41:37 [ 2 ]

Een plezier om te lezen

eddy & jaki
Mon 17-09-2012 09:58:06 [ 3 ]

tof tof tof, dat is genieten van een verhaal.

Reageer

Beleefd blijven aub...

(Gebruik Markdown voor formatering)

Deze vraag helpt om spam te vermijden:

Bezoek ook onze sponsors hun website


MGB Moto, Roeselare

VRA Motors, Oosterzele

Moto's Inghelbrecht, Oostende

GD Service

Teo Lamers Motorrijwielen, Nijmegen

Freddy Nijssen, Tongeren

SB Printing, Loenhout

Motorvriendelijk onderkomen (FR)

Gites Les Creux, Frankrijk

uw logo hier

 

Subscribe

Skyscraper banner ad