23-09-2017
welkom : kijk en lees : leesvoer : brouwerijzoektocht deel 3

Brouwerijzoektocht Deel 3

Hij begint er een neus voor te krijgen, zoals de truffel-varkens.

Gepubliceerd op 26-12-2012

2 juli 2012

Op de vooravond van de Tour, zat Karl Vannieuwkerke met zijn “Vive le Vélo”, op de binnenplaats van het klooster van Val-Dieu, enkele flessen abdijbier op tafel. Dit moest een teken zijn dat het tijd werd om de zoektocht verder te zetten.
Het was even wachten op een droge dag zonder al te grote hitte. Elke motorrijder die bij 40°C zijn handschoenen aantrekt, begrijpt wat ik bedoel, en denkt wel eens aan Etienne Schouppe, die het nieuwe kledingreglement voor motorrijders bedacht. Vanzelfsprekend vanuit een diepe bezorgdheid voor de ongevallenstatistieken, want Schouppe is een achtenswaardig man. Over zijn verleden wil ik het dan ook niet hebben, want al verliet hij de zieltogende NMBS met een gouden graai van 2 miljoen euro, Schouppe is een achtenswaardig man. Dat het nieuwe reglement in al zijn wazigheid de mogelijkheid laat om carnavalesk gekleed te toeren, mag men Schouppe niet ten kwade duiden, want hij is een achtenswaardig man. Dat hij zich zoveel hoger op de sociale ladder bevindt dan menig afgunstige motorrijder, mag geen wonder heten, want… Nee, hier stopt de stijlfiguur die ik van Shakespeare leende (*), om te besluiten met een toepasselijke volkswijsheid: “Schuim drijft altijd boven”.
Kort na 6 uur hoest mijn Guzzi Vintage zich op gang. Dank zij een te warme nacht en het schoolreis-syndroom, versla ik de wekker met een uur. De autostrade zit behoorlijk vol, dus ik nestel me in het peloton om zonder stress het eerste deel van deze etappe door te komen. Door alle turbulenties rukt de stevige bries aan mijn motorjas, alsof we op de tatami staan. Ik ben dan ook iets minder cool dan de Nederlandse kampioen Terpstra, die op TV liet zien hoe je 95 km/u fietst achter een auto, op enkele banddikten van de bumper. Lekker uit de wind, en in korte broek, Mr. Schouppe!
Mijn boterhammetjes, even voor Kortrijk, moet ik in veiligheid brengen voor een onderhoudsploeg die het onkruid bestrijdt met round-up. Een product van mijn ex-werkgever, dus het is niet erg. Als de bosmaaiers te dicht komen, dek ik mijn koffie af, en proef de geur van vers gemaaid gras. Wat ben ik toch een vriendelijke man geworden.
Zonder kaartlezen brengt de Vintage me naar ’t Gaverhopke.

jef

Hij begint er een neus voor te krijgen, zoals de truffel-varkens. Natuurlijk is de boel dicht, en ik zie niet direct een mogelijkheid om het plaatselijke bier te kopen. Verder dus, richting Doornik. Straks wordt hier alles afgesloten, omgeleid, en tot stilstand gebracht, voor de aankomst van Circus Tour de France, en dat bekijk ik liever op TV. Templeuve is nog niet lang wakker als ik aan mijn kleine enquête begin. Een jongeman die de stoep schuurt, heeft nog veel werk, zegt hij – het gaat dus niet zo slecht met de Walen – en de Brasserie de Cazeau kent hij niet.

moor2

Een oppas-oma met kleinkind, ook al gehaast, helpt me op weg. Pas nadien realiseer ik me dat ik hier, onterecht, een Ardennen-mentaliteit verwachtte.  
In de brouwerij is er geen winkeltje, maar wordt ik gezwind aan mijn biertjes geholpen. De Tournay Noire is het eerste bier van de zoektocht, waarvan ik nadien de verkooppunten opzoek. In een ver verleden heb ik een stout-periode gehad, toen op de Engelse stout nog stond  “Good for invalids”, en men jonge moeders het zwarte bier serveerde “voor het zog”.
Nu de Tour ontweken is, kan ik rustig flaneren langs de kleinere wegen. Met Gusje in de lage toeren brommelen we van dorp naar dorp. Hier en daar verstopte men een haakse bocht tussen de patattenvelden, en dan is het even “verzamelen”, zoals de ruiters zeggen. Op zee wordt dat “alle hens aan dek”. Als ik over een strook kasseien dokker, herinner ik me de voorjaarsklassiekers: Roubaix is vlakbij. Enkele keren kruis ik de jonge Schelde, en het landschap glooit erop los. Wij heuvelen vrolijk mee. De Ronde van Vlaanderen is nooit ver weg, vele plaatsnamen komen me bekend voor. Bij de Kwaremont denk ik dan weer aan de stokoude conference van Gerard Vermeersch (Avelgem? Dedju, dedju). Is dat een afwijking bij mij, of ben ik niet de enige, die bijvoorbeeld in Zeeland, niet voorbij Arnemuiden kan rijden zonder in een oud zeemanslied los te barsten?  Als de klok, bim, bam, …
Sportieve fietsers zwalpen als stervende zwanen bergop, maar bergaf is iedereen kampioen. Op bandjes van een vinger dik, en met remblokjes idem dito, sjezen ze naar beneden, met als enige bescherming een helm en de zeemvel in hun broek. Zou er voor beroepsrenners een arbeidsreglement bestaan, en veiligheidsvoorschriften? Of zijn ze ingeschreven als zelfstandigen, en daardoor gerechtigd om ook hun gezondheid ten gelde te maken? Ja, Mr. Schouppe, soms denk ik te veel.
De Vlaamse Ardennen is blijkbaar een grotere en mooiere streek dan ik dacht. Hier kom ik nog op verkenning met de motor. Op weg naar Herzele bemerk ik een rijdende dakkoffer. Bij het naderen zie ik pas dat er een auto-zonder-rijbewijs onder zit. Hoe noem je zo’n kruipwagen of slakmobiel eigenlijk? Wel handig als je de garage altijd bij hebt.
In Herzele rijd ik zes keer langs de gesloten brouwerij De Rijck, zonder ze op te merken.

moor3

Als ik in de schaduw parkeer en te voet op onderzoek ga, blijk ik er voor te staan. De Vintage heeft wel het instinct van een truffel-varken, maar hij communiceert nog niet goed. (Alle tips zijn welkom, maar hij mag niet claxonneren bij elke brouwerij, en scharrelen met de zijpikkel lijkt me nogal riskant.) De bazin heeft blijkbaar al eerder Guzzi’s gehoord, opent de poort en vraagt of ik misschien iets wou kopen. Op mijn vraag maakt ze een six-pack-mix, en daar kun je mee scoren bij scrabble. Haar zoon is net terug van een motortrip naar Corsica, en we keuvelen wat over het plezier en de gevaren van motorrijden.
Tussen Herzele en Aalst liggen de bebouwde kommen als eieren in een mand, en gefrustreerd neem ik een fietsroute naar Haaltert. Het is een flessenhals waar ik niet meer kan keren, en ik zweet me door onverhard, tot ik blij ben (!) wanneer ik ergens een zone 50-bord zie, en uit de natuur kan ontsnappen.
In Dendermonde (ik probeer mijn verslag te beperken) is het markt, en bij een markt hoort een omleiding die ik graag volg, want zo kom je nog eens ergens. Niet dus. Even later sta ik terug op dezelfde plaats. Aandachtig en achterdochtig (verborgen camera?) volg ik opnieuw de pijlen, en ik heb me niet vergist: het is gewoon blokje om! Als ik de kring wil verbreken en doorrijden, word ik tot stoppen gemaand door een gemeenschapsambtenaar, een semi-agent met de wedde van een laaggeschoolde. Ze telefoneren sneller dan hun schaduw. Ik probeer uit te leggen dat rondjes rijden geen geslaagde wegomlegging is, maar hij begrijpt me niet. Mijn pedagogisch vermogen is beperkt tot normale kinderen, dus ga ik een stukje eten op een zonnig terras, om mijn falen te verwerken. De knappe serveerster heeft van alles in huis, en laat de wereld mee genieten. Niets menselijk is me vreemd, maar ik herinner me een autobus met voetbalsupporters, die voor de ramen hun broek afsteken. Sommige gleuven kunnen beter geen daglicht zien, tijdens het eten. Toch smaakt het slaatje met geitenkaasjes in een spekjasje, en het geeft me de energie om te file-filteren op de Antwerpse ring. De E19 staat vol tot in Meer, en in de file gebeuren nog spijtige dingen, maar ik heb weer geluk gehad, meer geluk dan wijsheid, 356 km lang.

(*) Naar analogie met de grafrede voor Caesar van Marcus Antonius

, uit “Julius Caesar”.

 

Jef De Moor

Reageer

Beleefd blijven aub...

(Gebruik Markdown voor formatering)

Deze vraag helpt om spam te vermijden:

Bezoek ook onze sponsors hun website


MGB Moto, Roeselare

VRA Motors, Oosterzele

Moto's Inghelbrecht, Oostende

GD Service

Teo Lamers Motorrijwielen, Nijmegen

Freddy Nijssen, Tongeren

SB Printing, Loenhout

Motorvriendelijk onderkomen (FR)

Gites Les Creux, Frankrijk

uw logo hier

 

Subscribe

Skyscraper banner ad