23-09-2017
welkom : kijk en lees : leesvoer : guzzi treffen tsjechië - deel 1

Guzzi Treffen Tsjechië - deel 1

Avonturen van een MGCB delegatie

Gepubliceerd op 14-07-2004

INTERNATIONAAL MOTO GUZZI-TREFFEN TSJECHIE (7 tot 10 mei 2004)

Vrijdag 7 mei

Om even na 5.30 uur die morgen – ’t is nog nachtzwart -, staan we met ons vieren vertrekkensklaar bij het tankstation te Haasrode. Ons vieren dat zijn Ivo, Roland, Josse en ik. En we hebben er zin in, zoveel is wel duidelijk! Komaan, om 16 uur zijn we in Tsjechië! Watte??? Om 16 uur??? Die hebben een propellerke op hunne Gust zeker?! Allemaal tanken, alvast een paar happen van de broodjes voor onderweg doorspoelen en weg zijn we. Ivo op kop – vlam zeg, direct naar 140 à 150 per uur -, ik in zijn wiel, Josse er op zijn gemakje achteraan en Roland als hekkensluiter.
Ai ai ai! Amper heeft onze kont zich comfortabel in de zadels van onze Gusten geïnstalleerd, of het begint te regenen. En nog niet zo’n klein beetje. Gieten doet het! Onheilspellende blik omhoog. ’t Is geen nachtzwart meer daarboven, ’t is regenwolkenzwart. Maar wel degelijk onmiskenbaar zwart. Een grauwe zwartheid die voor de rest van de dag niet veel goeds voorspelt.
geloof het of niet, maar het vriest binnen nog erger dan buiten

130 kilometer verder, net over de Duitse grens, zwiert Ivo plots de afslag naar een benzinepomp in. Hoe? Moeten we nu weeral tanken? We zijn verdorie pas weg! Allez dan hé, zij zullen het wel beter weten dan nog kleine, groene ik.
‘k Sta al ferm met de pompslang mijn Guzke te voeden, als mijn euro plots valt: ’t was hier maar een stop om ons regenpak aan te trekken! Ja zeg! Maar heu… waar zijn Josse en Roland? Hm, toch maar eerst verder tanken zenne, ‘k ben nu toch bezig. Een eindje terug zie ik Ivo met een andere Guzzist babbelen. Ha! ’t Is de Ward! Wat zijn die toch aan het bediscussiëren zeg?? Ward stapt weer op zijn Gust en komt naar me toegereden. “Josse heeft platte band! Ze zijn op komst.” Heu?

Inderdaad. Josse heeft platte band. Kolossaal gat zit erin! Jawadde! Is wellicht gebeurd bij de laatste Belgische wegenwerken die we zijn gepasseerd. Wat een geluk dat we ons slechts op een dikke anderhalve kilometer van een tankstation bevonden! Dat kan in Duitsland immers nogal eens anders zijn.

Guzzi Treffen Tsjechië - deel 1-Body-2

We hebben nog meer geluk, er komt net een wagentje van de Duitse wegenhulp aangereden. Het vriendelijke meneertje haalt direct zijn spullen boven om ons te redden. Het duurt echter heel wat langer dan gehoopt. Clou van de historie: Josse zit pas weer op zijne Guz, of de band is alweer plat! Van geluk gesproken zei ik dus. En maar regenen ondertussen! Shit zeg. Een eigen reddingspoging dan maar: buske van Ivo leegspuiten in Josses band. Ai toch! Buske zit er al in als blijkt dat het vervallen was! Jakkes, zal smeerlapperijke bij de dealer geven achteraf. Bon, niets aan te doen. We moeten van de snelweg af, garage zoeken. Wat hadden ze ook alweer gezegd? Dat ze om 16 uur in Tsjechië wilden zijn? Propellerkes zullen hier niet meer baten, vrees ik.

Enkele kilometers verder, oef, een garage. Josse gaat rap een nieuw bandenbuske kopen. Héla, wacht, mij zullen ze niet liggen hebben, ik wil er ook één! Wat is ’t, gasten, is dat weeral om te lachen, ja? Pff! Heb toch ferm mijn gerief bij nu. Motodoktoor Roland gaat onmiddellijk aan de slag met Josses band. Ik volg de operatie van nabij, terwijl Roland duidelijk uitlegt wat hij allemaal aan het doen is en waarom. Weeral iets dat ik voortaan ook zal kunnen. ’t Is wel een spijtige manier van bijleren, maar goed.

Kom jongens, opschieten nu, ’t gaat al naar 10 uur toe.
100 kilometer verder: tanken! Ja zeg! Zit ik hier nu met nog meer dan een halve bak. Enfin, ik tank zelf toch ook. De paniek destijds op weg naar Hongarije toen er maar geen pomp kwam opdagen, wil ik nooit meer meemaken! ’t Was echt kantje boord toen.

Guzzi Treffen Tsjechië - deel 1-Body

Plots achter ons een schaterlach: Rina! En Staf! Ook onderweg naar een treffen, maar dan in Erlangen. Van toeval gesproken.

Nog 700 kilometer te rijden. Djezes, en die rotregen stroomt maar naar beneden zoals ik het nog nooit heb meegemaakt. Verstand op nul. Mij aan 150 vastklampen aan Ivo’s achterlichtje… het enige wat nog een ietsie pietsie te zien is tussen het regengordijn en de zondvloeden die vrachtwagens door de aquaplaning om de vijf voet over ons heen storten. Onze handschoenen zijn allang zo zeiknat dat ze kilo’s wegen aan onze handen. Josse heeft er wat op gevonden. ‘Anaal-touché’-handschoentjes onder je motorhandschoenen aantrekken! Lap, mijn vakjargon wordt weeral als een beetje gestoord bestempeld. En maar lachen. Zelf noemen ze het ‘dieselhandschoentjes’. Hm. Da’s anders ook maar een terminologie van jan-mijn-voeten zenne. Enfin, dank zij die dingen raak je tenminste met je vingers tot waar je zijn moet, zelfs in de topjes van kletsnatte motorhandschoenen.

Miljaaaaaar!!! Begint het toch nog te hagelen ook zeker!!! Dju zeg, komt wel hard aan, zo’n hagelbollen die aan die snelheid op je gezicht roffelen. Maar mijn vizier blijft open, nem!
‘k Word anders claustrofobisch met dat ding dicht.

Na een kleine 750 kilometer van de 1000: lachwekkende situatie. Ik rijd tot aan de benzinepomp. Geen probleem. Ik sla mijn pikkel uit. Nog geen probleem. Maar dan! Sleuteltje uit het contact trekken. Verschrikkelijk probleem! Mijn handen daveren van de kou immers alle richtingen uit. En de rest van mijn lijf breakdanced in volle engagement mee. Wat een spastische act zeg! Ja, en dat valt niet tegen te houden hé. En maar mikken naar dat sleuteltje. Tedomme toch! “Ben jij onderkoeld ofzo?”, rilt Josse naast mij bezorgd. “Een betteke, denk ik”. ‘k Heb het sleuteltje eindelijk te pakken. Nu nog in mijn tankdop krijgen. Tankdop openen. Tanken. Tankdop weer sluiten. Afgrijselijke opdrachten allemaal! Een mens realiseert zich niet welke moeilijke handelingen er in deze natte ijskou komen bij kijken om simpelweg te tanken. Maar dan!!! Betalen! … visakaart uit de kletsnatte zak van je kletsnatte motorpak onder je kletsnatte regenpak prutsen met kletsnatte, ijskoude vingers die elke vorm van dienst weigeren. Al eens geprobeerd? Wel, ’t is grave! En dan daarbinnen aan de kassa! Werkelijk hilarische toestand! Dat hele zootje Duitsers breuk van ’t lachen. Ik kreeg immers die stylo om de rekening te ondertekenen niet tussen mijn vingers, laat staan dat het plaatsen van een handtekening nog tot de mogelijkheden zou behoren. Stylo laten vallen, stylo oprapen, vergetend dat ik mijn helm nog opheb en keihard tegen de toonbank knotsend, opnieuw proberen, weer laten vallen, een keilelijke streep – oeps – op de rekening zetten in de abominabele hoop dat die op mijn handtekening zal lijken, en dan heel voldaan en idioot polylinguïst “Voilà, kuch malh, I did it!” grijnzen. Zomp zomp in de zwembadjes in mijn combats weer naar buiten, grinnikend nagestaard door enkele geamuseerde Duitsers. Toch eentje erbij die een bewonderende duim opsteekt, en zijn kameraad die me een knipogend applausje zendt. Ja zeg, die hebben hun showke wel gehad om straks thuis te vertellen.

Ik heb zowat arendsogen nodig om doorheen het regengeweld Roland naast zijn Magni te kunnen onderscheiden. Staat onwaarschijnlijke pogingen te ondernemen om zijn sandwichke uit de folie te prutsen, davert warempel nog harder dan ik. Daarnaast de Josse, ook al in volle daver. En dan den Ivo… staat hoogstens lichtjes te rillen. Maar die heeft dan wel de kleur op zijn snoet van een lijk dat net uit de koelbox van het mortuarium is getrokken. Héwel hé jongens, jullie mogen mij dat nu niet kwalijk nemen hé, maar het feit dat jullie er al minstens even erg aan toe waren als groentje ik, gaf me een heerlijk goed en geruststellend gevoel. Zelfs anciens worden dus blijkbaar nog aangetast door ontbering.
“Mannen, we gaan hier eerst een tas koffie drinken om op te warmen!”, dicteert Josse resoluut. Opluchting alom. Josse, kerel, heb ik je al gezegd dat ik je graag zie?!

Ik hoef wel niet te vertellen zeker dat het geen sinecure was om die volle koppen koffie zonder morsen naar ons tafeltje te vibreren? En ik hoef wellicht ook niet te vertellen dat we eerst een kwartier onze handen rond ons kopje moesten laten ontdooien vooraleer we het konden leeg drinken. Maar ondertussen wel nog zitten plezier maken en lachen hé, dat wel. Niks is beter dan de geneugten van het leven van een biker!
Allez vooruit, nog een dikke 200 kilometer, we zijn er bijna.

De laatste 50 kilometer blijven we droog. ’t Is te zeggen, het is gestopt met regenen. Onze kleren, die krijgen we ongetwijfeld in geen eeuwigheid meer droog. Onszelf evenmin.

We raken vlotjes de Tsjechische grens over, geen pasportcontrole, niks. Geld wisselen net voorbij de grens. Nog maar eens tanken. En nu kunnen jullie barsten hé, maar ik blijf hier minstens een kwartier staan! …Zucht, zelfs mijn aansteker heeft in al dat water forfait gegeven. Ivo, red mij! Beef mij om godswil vuur voor mijn sigaret!
Rond half zeven slaan we in Annin een onooglijk wegje in. Aan het einde: een bareel, een grote spandoek met de gekende karikatuur half moto – half geit met niet te negeren borsten. De ingang van het treffen. Yes! We zijn er!
De ontvangst door de Tsjechen is superhartelijk. Al dadelijk krijgen we een bloedrood drankje in een druppelglaasje. Mmmm, lekker! En zaaaalig verwarmend. Want het is hier aan het vriezen, geeft de thermometer aan.
Inschrijven. Lap zeg, niks verstaan ze hier. Geen Duits, geen Engels, geen Frans, geen Vlaams. En de Josse en den Ivo maar uitleggen. Ha, we krijgen twee sleuteltjes. Twee (2!). We hadden nochtans maar één trekkershutje besteld. Volle luxe krijgen we hier dus.

Nou ja, dat was weer wat te voorbarig gedacht natuurlijk. Rijden we daar het terrein op, hotsen we een grasveld over (lees: puttenweide), komen we bij een reeks cabannekes (lees: bedovergrootmoeders WC-hokjes; mankeert enkel nog een hartje in de deur), passen die sleutels toch wel niet zeker!!! Allez hop, terug! Andere sleutels halen. Nee, blijkt dat het wel degelijk de juiste sleutels zijn, maar de verkeerde cabannekes. Andere kant van het terrein. Waw! ’t Zijn warempel twee bungalows! Op houten palen in de lucht! En onder de bungalows kunnen we tussen de palen onze moto’s droog stallen. Wat een luxe!
Alweer te voorbarig gedacht, zal blijken.

Ik wip van mijn moto om de sleutels te proberen. Ja ja, ze passen!
“Ellen, zet de stoof al op!”, brult Josse van beneden. Uiteraard! Dat is het eerste wat ik ga doen. Alleen… er is geen stoof! Er is niks!!! En geloof het of niet, maar het vriest binnen nog erger dan buiten. Wat wil je, de kromgetrokken dunne muurtjes zijn van geperst karton waar de vochtigheid als een rasecht spook zo doorheen dringt.
Josse is inmiddels ook de steile houten trap opgeklauterd. “Zeg, doe dat licht hier eens branden!”… “Heu, Josse… hier is geen licht!” …

Na een wat grondiger zoektocht, blijkt er wél licht te zijn. Een piepklein schemerlampje met een verborgen stekkertje. Je moet helemaal over het bed heen kruipen om er bij te kunnen. Enkele minuten later staan Roland en Ivo al ongeduldig te trampelen aan de deur.
Ze hebben al de afspraak gemaakt om elk om de beurt hun handschoenen en helm over het lampje te zetten, om toch een béétje te drogen.

“Kom, we gaan naar de kantine, ons verwarmen! En ene drinken!”
“Zal ni gaan. Ellen staat onder de douche.”
“Hoe, die staat onder de douche?”
Inderdaad mensen, een heerlijk hete douche! Op dat moment de deugd der deugden!
Ik ben er stokstijf blijven onder staan tot ik helemaal uitgedaverd was. Dat heerlijke warme water op mijn extreem onderkoelde lijf. Zalige warmte op mijn armen, mijn benen, mijn rug, mijn buik, mijn haar… zalig zachte douchemousse op mijn verkleumde vel… heerlijke geur van de mousse die alle autostradestank uit mijn neusgaten dringt… Beseffen jullie wel hoe hemels zo’n douche kan zijn na al die natte vries?! Al eens geprobeerd? Wel, ’t is nijg! ‘k Heb bijna spijt dat ik er vanonder moet komen. Maar enfin, ‘k zal maar meegaan met de anderen. Zorgeloos zabberen in een heerlijk warme kantine. Kordaat open ik de douchecabine en zwier goedgemutst mijn been naar buiten. Help! Krijs! Gil! Schreeuw! Verdomme zeg!!! Dat is hier miljaar van een kokend bad regelrecht in een diepvries stappen! Rap been weer binnen en douchekot toe. Brrr! Wa was me da zeg?! “Josse! Ivo! Roland! Rap! Een handdoek! Mijn kleren!!!” Ja ja, en maar lachen! Maar even later heeft de volgende precies hetzelfde spek aan hetzelfde been.
‘k Geef toe, ’t is inderdaad grappig, ik lach nog harder met de volgende dan hij met mij.

Al zijn al onze kleren koud en klam, we trekken alles aan wat we bijhebben. Een nieuwe vlaag van koudaver begint zich alweer onheilspellend in ons lijf aan te kondigen. En nu écht naar de kantine! Rap! Opwarmen!
Lieve mensen, jullie zullen het niet geloven hé, maar in die kantine… geen vuur! IJskoud! En dan staan de ramen hier nog open ook. Ja zeg!!! En grapjassen dat die anciens zijn! Komt Roland al meteen met vier halve liters ijs- en ijskoud bier aandraven! De rest van de avond schakel ik wijselijk over op dat hot rood spul dat we bij de ingang ook kregen, dat spul dat je zo onmiskenbaar bewust maakt van het bestaan van je tong en je keel en je slokdarm. Wat het is of hoe het noemt maakt me deze avond geen barst uit.

“Waar is Josse nu ineens?”. “Vreet gaan zoeken. Hij brengt voor iedereen goulash mee”.
“Heel goed! Ik ben uitgehongerd!” Even later is Josse terug. Maar wat op de borden ligt, lijkt in de verste verte niet op goulash. Maakt niet uit, ’t is lekker.

We kaarten na over de rit hierheen, geven ons over aan fantasieën over die ene ploeg bergbeklimmers die op de Everest allemaal bij mekaar moesten kruipen, vel tegen vel, om de kou te overleven. “’t Is verdorie nog erger dan ’t Elephant treffen”, stelt Roland vast. Maar al bij al voel ik me goed. Heel goed. Ik ben niet echt moe en ik heb het helemaal naar mijn zin. Eigenlijk is naar Tsjechië rijden niks, ondanks regen, hagel en kou.
Plots komt een sliert Tsjechskes in de meest ridicule outfit de kantine binnenstormen. De ene is al potsierlijker uitgedost dan de andere, gewikkeld in een soort ondefinieerbare lappen en touwen en plastiek en rare lompen die ooit kledingstukken moeten zijn geweest. Eentje heeft zelfs een vogelkooi als hoed op het hoofd. En er komen er steeds meer binnen. De “muziekinstrumenten” die ze bijhebben, doen al even surrealistisch aan en zijn, op een uit elkaar hangende stokoude stofzuiger na, al even ondefinieerbaar. Hopla, al dat publiek opeens recht, in opgewonden spanning voor wat komen gaat. De hele keet ineens op zijn kop! Lawaai en gejuich alom.

Ik zeg jullie voorwaar, wat volgt is een kakofonie van de meest vreemde klanken, verbazingwekkend verenigd in een chaos om u tegen te zeggen… maar verre van muzikaal te noemen! En maar hozen ondertussen!
’t Is trouwens aan mij om booze te gaan halen. Ik zie dat Ivo en Roland ook al op het hot rood overgeschakeld zijn. Tja, als ik nu wist hoe dat spul noemde hé… Josse moet van die rode ‘vitriool’ niks weten, zegt hij. Zit al van iets anders te slubberen. Iets bruin. En, bakes, stinken dat dat doet! En slecht dat dat is!!! Maar Josse wijst al met zijn vingerke ‘voor mij nog zó eentje!’. Ja zeg! Hoe noemen die dingen hè??? Wacht even, mijn inmiddels ontvroren brein heeft al een oplossing; ik neem hier ferm een leeg glaasje rood en een leeg glaasje bruin mee, en ik laat ze daar achter de tap gewoon ruiken wat ik moet hebben!

Amai amai! Die ruiksessie hield nogal wat in zenne! Daar stonden wel 80 verschillende flessen, met allemaal verschillende rode of bruine of witte booze erin. Het hele organisatieteam is eraan te pas gekomen om te achterhalen wat die Belgen toch wilden. En maar ruiken. En maar knikken om direct weer van neen te schudden. Uiteindelijk worden de juiste flessen gevonden. Dat van Josse noemt Bozkov. Pff, al even vieze naam als het goedje waar het bij hoort. Al geprobeerd? Héwel, ’t is grave! Ze laten mij ook de fles zien van dat hot rood. Ja zeg! Zo’n lang woord met twee keer vijf medeklinkers erin, daar verstuikt een mens zijn tong over zenne! ‘k Zal straks wel weer mijn leeg glaasje meenemen.

Voor de derde keer al deze avond, proberen de bonte muzikanten een eigen versie van Knocking on Heavens door ten beste te geven. Het lijkt er bijna “bijna” op.

Rond middernacht wandelen we in de nachtvries terug naar onze super de luxe bungalows.
“Miljaar, Ellen, steek de stoof aan! En doe dat licht branden!” Hahaha, ja, ’t is al goe, grapjas!
Oelala! Die dekens! Die doen zeer op je vel. Zo koud!!! Onder vier van die dingen begraven we ons, maar we daveren al even hard als deze namiddag op de snelweg. Raak je dan al even opgewarmd en probeer je tien centimeter op te schuiven, dan kom je alweer op een ijsplek terecht, wat zelfs aan een van de anciens een gilletje ontlokt… of was het een dikke vloek…? Kou of geen kou, ik heb geslapen als een roos!

Reageer

Beleefd blijven aub...

(Gebruik Markdown voor formatering)

Deze vraag helpt om spam te vermijden:

Bezoek ook onze sponsors hun website


MGB Moto, Roeselare

VRA Motors, Oosterzele

Moto's Inghelbrecht, Oostende

GD Service

Teo Lamers Motorrijwielen, Nijmegen

Freddy Nijssen, Tongeren

SB Printing, Loenhout

Motorvriendelijk onderkomen (FR)

Gites Les Creux, Frankrijk

uw logo hier

 

Subscribe

Skyscraper banner ad